Vanuit het
Primarn Hotel had ik uitzicht op het busstation van Nakhon Sawan. Dat
heeft mij er toe doen besluiten de reis naar Phitsanulok niet per trein te doen,
maar per bus. Bus kostte 110 Baht voor zo'n 130 km.
De snelweg is lekker vlot en het was niet druk. De bus maakt onderweg weinig
stops. Pas tegen het eindpunt waren er meer stops om mensen uit te laten
stappen. Slechts eenmaal kwam er ook iemand bij in de bus, die er ook weer voor
het eindstation uitstapte.
Op het busstation van Phitsanulok, staan weer diverse taxi's gereed om passagiers verder te vervoeren. Ik werd voor 70 Baht naar het La Paloma hotel gebracht.
De ingang van the
la Paloma hotel ligt gek genoeg aan de achterkant. Het grote gebouw aan de
straatkant, waarvandaan het hotel benaderd wordt, wordt gebruikt als restaurant.
Ik heb daar alleen het ontbijt genuttigd.
Ook hier bleek reserveren niet nodig. De meeste kamers op mijn verdieping lijken
mij onbezet. Zie bijna altijd de deuren open staan overdag, en 's ochtends zelfs
de bedden over hoop liggen.
Ook dit hotel hanteert evenals het
vorige hotel
in Phitsanulok waar ik gelogeerd heb, rare prijzen.
Kostte 985 baht per nacht. Ik wist dat dit hotel duurder zou zijn dan het
Amarin Nakorn
hotel, maar dit hotel heeft een zwembad.
Hoewel het zwembad wel eens schoongemaakt zou worden en ik er verder niemand
buiten mijzelf er gebruik van heb zien maken.
In Nakon Sawan is het me helemaal niet gelukt om een brommertje te huren en hier had ik er na een avondje rondwandelen ook weinig hoop op. Totdat ik de volgende dag bij de receptie navraag deed. Daar kreeg ik een kaartje met het adres en telefoonnr van een brommer verhuurder. Vlakbij het busstation. Dus moest er met een taxi naar toe. Ze verhuurde er inderdaad brommers, maar ik kreeg helaas geen automaat mee, ondanks dat ik daar bevestiging op kreeg toen ik er om vroeg. Wel een helm en een kaartje met weer een telefoonnr. Wanneer de politie mij zou aanhouden, moesten zij het bureau bellen. Zal wel. Maar goed voor 200 baht per dag en 300 Baht borg rijd ik lekker rond in het zonnetje.
Koning Naresuan de Grote (1555 - 25 april 1605, soms ook de Zwarte Prins genoemd) was koning van Siam van 1590 tot 1605. Gedurende zijn regering had Siam haar grootste territoriale omvang.
Naresuan werd geboren in Phitsanulok en al jong gegijzeld door de Birmezen om de trouw van zijn vader Maha Tammaraja te verzekeren, die koning werd van het koninkrijk Ayutthaya nadat het bezet was door de Birmezen in 1569. Hij was door de Birmese koning zeer getraind in krijgskunde, literatuur en militaire strategie, alsof hij zelf een Birmese prins was.
In 1584 weigerde Siam nog verder tribuut aan Birma
af te dragen, wat onvermijdelijk leidde tot een aanval door het Birmese leger.
Naresuan vocht terug, en in 1586 bezette hij Lanna, een bufferstaat tussen beide
koninkrijken.
In 1590 overleed zijn vader de koning, en Naresuan
werd officieel leider van het koninkrijk. Koning Naresuan was een heldhaftige
krijger. Hij bevrijdde Ayutthaya van de Birmezen toen hij de kroonprins van
Ayutthaya was. Hij voerde zijn leger aan in de strijd en verdedigde zijn land
meerdere malen met succes tegen de Birmezen. Tegenwoordig wordt hij nog steeds
geëerd, vanwege zijn heldhaftige optreden. Zo zou hij een Birmees legerkamp zijn
aangevallen, al klimmend tegen de houten muren gewapend met een zwaard in zijn
mond. In 1591 begonnen de Birmezen een nieuwe aanval, die Naresuan afsloeg door
in een persoonlijk duel op de rug van een olifant de Birmese kroonprins Minchit
Sra te doden, nabij Nong Sarai (Suphanburi). Tevens sloot hij overeenkomsten met
de Cambodjanen, die zijn land leegplunderden. Koning Naresuan breidde het gebied
van Ayutthaya uit met delen van Lanna, Lanchang, Cambodja en Birma. Hij eiste
een strikte discipline van zijn soldaten en onderdanen. Tijdens zijn bewind was
Ayutthaya een veilige en sterke staat.
Koning Naresuan kreeg de titel “de Grote”, hij heroverde de onafhankelijkheid en
maakte Siam tot een machtig land. Geen enkele buitenlandse invaller kwam binnen
de stadsmuren van Ayutthaya voor een periode van 173 jaar.
De Universiteit in Phitsanulok heet Naresuan-universiteit.
Ieder jaar in januari wordt in Phitsanulok gedurende een aantal dagen het
Naresuan-festival gehouden.
In een park in Phitsanulok staat een beeld van
deze grote koning. Eigenlijk had ik door bovenstaand verhaal, dat ik op internet
over deze koning vond, gedacht een zeer mooi park tegen te komen. En ook zeer
druk bezocht.
Dat viel dus tegen. Het beeld staat in een huisje, zodat het beschut is tegen de
invloed van het weer. Binnen zat een vrouw op blote voeten op haar knieën voor
het beeld. Buiten waren 3 souvenirwinkeltjes.
Vraag me af of het er mee te maken heeft dat deze koning uit een vorige dynastie afkomstig is. Terwijl drie persoonlijke wapens en bezittingen van Koning Naresuan tegenwoordig deel uit maken van de Thaise kroonjuwelen.
Ben nog steeds op zoek naar de film over het leven van deze krijgsheer.
Op zo'n 35 km afstand ten oosten van Phitsanulok, langs snelweg 12, ligt deze
waterval.
Bij binnenkomst zijn er veel kraampjes waar eten en drinken gekocht kunnen
worden. Ik heb geen entree hoeven te betalen.
De waterval stelt verder niet zoveel voor en het was er eigenlijk niet druk, maar kan ook zijn dat ik best vroeg was.
Ongeveer 5 km verder naar het oosten kom je dan langs deze waterval. Hier was het beduidend drukker met dagjesmensen met hun kinderen die genoten van het verkoelende water. Verder is het hier mogelijk een waterfiets en luchtband te huren.
Aan de overkant van de snelweg zijn de gebruikelijke kraampjes voor de nodige versnaperingen.
Achteraf bezien was het helemaal niet nodig deze stevig gebouwde bruggetjes over te steken.
Deze plank heb ik lekker niet geprobeerd, maar die vorige dus wel Voor de plaatjes, weet je.
Ongeveer 80 km ten westen van Phitsanulok ligt de plaats Sukhothai, met daarbij het historische park.
Het Koninkrijk Sukhothai was een koninkrijk in noord-centraal Thailand. Het bestond van 1238 tot 1438. Van de toenmalige hoofdstad Sukhothai, twaalf kilometer ten zuiden van het huidige Sukhothai, zijn nog slechts ruïnes over in een historisch park.
De stad Sukhothai was aanvankelijk onderdeel van
het grote Khmer-rijk, maar in 1238 verklaarden de Thaise krijgsheren Pho Khun Pha
Muang en Pho Khun Bang Klang Hao zich onafhankelijk. Zij vestigden een
Thais-geregeerd koninkrijk. Deze gebeurtenis wordt doorgaans gezien als de
stichting van de moderne Thaise natie.
Sukhothai groeide door bondgenootschappen te vormen met andere Thaise
koninkrijken. Met behulp van Ceylonese monniken werd het Theravada boeddhisme
ingevoerd als staatsgodsdienst.
Onder Ramkhamhaeng de Grote, zoals hij nu bekend staat, genoot Sukhothai een gouden eeuw van voorspoed. Op het toppunt van zijn macht strekt zijn rijk zich uit van Martaban (thans in Birma) tot Luang Prabang (thans in Laos) en tot Nakhon Si Thammarat in het zuiden van Malakka. De invloedssfeer van dit koninkrijk was groter dan dat van het moderne Thailand, hoewel de buitengebieden niet allemaal even sterk werden beheerst.
Ramkhamhaeng wordt traditioneel ook beschouwd als de ontwerper van het Thais alfabet.
Na zijn dood in 1317 werd Ramkhamhaeng opgevolgd door zijn zoon Loethai, hierna werd dit koninkrijk zeer snel weer teruggeworpen tot de status van voorheen, toen het slechts van plaatselijke belang was. Intussen groeide de macht van Ayutthaya, in 1438 was Sukhothai nog slechts een provincie van Ayutthaya.
Een bezoek aan het park kostte mij 70 Baht, en de huur van een fiets, om door het park langs de diverse ruines te gaan, nog eens 20 Baht. Van sommige ruines resten slechts nog de fundatie. Weer andere staan op de nominatie om gerestaureerd of geheel in oorspronkelijke staat weder opgebouwd te worden.
Ook hier een beeld van Koning Naresua de grote.
Verder is het een mooi park met prachtige vijvers.
Zo'n 20 km onder Sukhothai vind je deze waterval. Ik weet niet zeker of dit nu de waterval is die de borden bedoelde. Heb verschillende namen van watervallen voorbij zien komen, maar kwam uiteindelijk uit bij dit watervalletje.
Het was een pittige wandeling van het begin naar de uiteindelijke waterval.
Onderweg hoor je de dieren en pas heel laat hoorde je wat water geklater. Het
was niet hard, de waterval stelde dan ook niet veel voor. Wel kon je indien je
dat wilde even een verfrissend bad nemen in het verkoelde water.
Tijdens de wandeling er naar toe, moest er over wat rotsblokken, boomstammen en onder struiken door gelopen worden. Soms een hele opgave en flink vermoeiend.
Op de heenreis hoorde ik iets ratelen dat op een cirkelzaag leek, wat later dacht ik aan een tandarts boor. Daarna bedacht ik, een ratelslang. Ik heb ze niet gezien. Het geratel kwam van beide kanten van het pad, en leek een conversatie. Ik werd wel wat voorzichtig en wachtte op het groepje dat na mij kwam, maar ook zij kwamen niet meer zo flink uit de hoek. Deze hindernis bleek alras voorbij en we vervolgde het pad.
Het laatste stuk heb ik niet meer afgemaakt, omdat er flink diep door het water geploegd diende te worden en ben bang dat mijn camera daar niet tegen kon. En heb me laten vertellen dat er achter die laatste rotsen alleen een kleine plas was, waar nog wat gebadderd werd. Maar dat kon daarvoor ook.
Gelukkig was er nog iemand in de buurt toen ik de terugtocht begon, anders was ik vast verdwaald, soms weet je niet meer hoe je op de heenweg gelopen heb en lijken alle struiken en rotsen op elkaar. Maar enige herkenningspunten waren wel in mijn geheugengegrift.
Hier een kort beeldfragment
Vrijwel het belangrijkste wat ik aan nachtleven in Phitsanulok ontdekt heb,
vind plaats aan de Nan rivier. En dan aan de oostelijke oever.
Ook hier gaat een aantal inwoners van Phitsanulok vanaf 5 uur in de middag zich
verzamelen om gezamenlijk te sporten. Er zijn veel joggers, maar
ook zijn enige sportschoolattributen in de openbaarheid geplaatst om door een
ieder te gebruiken. Ondanks dat hier door de gemeente geen veldjes zijn, ook
veel jongens voetballen met provisorisch gemaakte doelen en badminton spelers
zonder netje.
Verder worden er veel massages aangeboden. 1 uur massage kost 100 Baht.
Kinderen worden ook bezig gehouden met tekenen. Hele groepen zitten gezellig op
hun knietjes aan een laag tafeltje kleurplaten in te kleuren.
Uiteraard hebben sporters na gedane arbeid dorst en honger en dat is dan ook volop aanwezig.
Aan een ander gedeelte van de oostelijke oever is iedere avond markt. Met
lekker eten en ook drinken. En voor weinig. Maar ook levende muziek.
Ik moest voor een maaltijd en een grote fles Leo bier (met ijs, want zit buiten)
130 baht afrekenen. Schandalig weinig. Dus heb daar meerdere avonden door
gebracht.
Hierna heb ik mij de eerste avond door een taxi weglaten brengen naar een airco gekoelde bar. Maar dit bleek een karaoke bar te zijn. En hier werd me verteld dat dat niks voor mij is. Dus kon weer naar mijn hotel.
Aan de overkant van de rivier staan op de wal ook allerlei eettentjes en worden kinderen bezig gehouden. Verder liggen er woonboten aan de wal, die 's nachts feestelijk verlicht zijn. Hier kun je ook eten. Een ervan biedt massages aan.
Maar naast mijn hotel zit de Hybrid bar, een nachtclub. En hier staat elke avond een band
Thaise rock te spelen. Singha heeft hier de vertrouwde prijs van 100 Baht.
Gelukkig maar.
Het is er iedere avond afgeladen, maar de meeste Thais die hier komen, nemen
zelf een fles whisky of rum mee, vaak dat dure rode label, om dan binnen glazen,
cola, soda water en ijs te bestellen.